 |
|
 |
 |
 |
|
 |

Als je de beveiligingsinstellingen van de Nokia 6610i wilt aanpassen, druk je op Menu en selecteer je achtereenvolgens Instellingen en Beveiligingsinstellingen. Selecteer:
- PIN-code vragen als bij het inschakelen van de telefoon steeds om de PIN-code moet worden gevraagd. Bij sommige SIM-kaarten wordt altijd automatisch om de PIN-code gevraagd.
- Oproepen blokkeren (netwerkdienst) om inkomende oproepen naar en uitgaande oproepen van de telefoon te beperken. Hiervoor is een blokkeerwachtwoord vereist.
- Vaste nummers om uitgaande oproepen te beperken tot geselecteerde telefoonnummers als deze functie wordt ondersteund door de SIM-kaart. Hiervoor is de PIN2-code nodig.
Als de functie voor vaste nummers is geselecteerd, kunnen alleen GPRS-verbindingen worden gemaakt voor het verzenden van tekstberichten. In dat geval moeten het telefoonnummer van de ontvanger en het nummer van de berichtencentrale in de lijst met vaste nummers zijn opgenomen.
- Beperkte groep gebruikers. Het beperken van de groep gebruikers is een netwerkdienst waarbij je aangeeft wie je wilt kunnen bellen en door wie je gebeld wilt kunnen worden. Neem contact op met je netwerkoperator of serviceprovider voor meer informatie.
- Beveiligingsniveau. Selecteer Telefoon als om de beveiligingscode moet worden gevraagd wanneer er een nieuwe SIM-kaart in de telefoon wordt geplaatst.
Selecteer Geheugen als om de beveiligingscode moet worden gevraagd wanneer het geheugen van de SIM-kaart is geselecteerd en je naar een ander geheugen wilt overschakelen of items van het ene naar het andere geheugen wilt kopiëren.
- Selecteer Toegangscodes om de beveiligingscode, PIN-code, PIN2-code of het blokkeerwachtwoord te wijzigen. Codes mogen alleen de cijfers 0 tot en met 9 bevatten.
|
|
 |
|