De Nokia 6100 werkt met radiosignalen, net als alle andere mobiele telefoons. Hierdoor kan niet worden gegarandeerd dat het toestel in alle omstandigheden correct werkt. In bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld medische noodgevallen, mag u nooit alleen op uw mobiele telefoon vertrouwen.
Of noodoproepen kunnen worden geplaatst is afhankelijk van het mobiele netwerk of het gebruik van bepaalde netwerkdiensten en/of toestelfuncties. Neem voor meer informatie contact op met de plaatselijke serviceprovider.
Een noodoproep plaatsen:
Schakel het toestel indien nodig in. Controleer of de signaalsterkte voldoende is. Bij sommige netwerken moet tevens een geldige SIM-kaart in het toestel zijn geplaatst.
Druk zoveel keer als nodig is op (bijvoorbeeld om een gesprek af te breken of een menu af te sluiten), tot het display leeg is en het toestel gereed is voor het plaatsen van een oproep.
Toets het plaatselijke alarmnummer in (bijvoorbeeld 112). Het alarmnummer kan per locatie verschillen.
Druk op de toets .
Als bepaalde functies actief zijn, moet u deze mogelijk eerst uitschakelen voordat u een noodoproep kunt plaatsen. Raadpleeg deze handleiding en neem contact op met de lokale serviceprovider.
Wanneer u het alarmnummer belt, moet u er altijd aan denken om zoveel mogelijk informatie te verstrekken. Uw mobiele telefoon is mogelijk het enige communicatiemiddel ter plaatse van een ongeval. Verbreek de verbinding daarom niet voordat u daarvoor toestemming hebt gekregen.