De volgende functies zijn mogelijk beschikbaar bij het schrijven van tekstberichten:
Druk op om een spatie in te voegen.
Druk op de bladertoets , , of om de cursor naar links, rechts, boven of beneden te bewegen.
Druk op Wis om een teken links van de cursor te wissen. Houd Wis ingedrukt om de tekens sneller te wissen.
Bij het schrijven van een bericht kun je alle tekens in één keer wissen door op Opties te drukken en Tekst wissen te selecteren.
Druk op Opties en selecteer Woord invoegen om een woord in te voegen wanneer de snelle tekstinvoermethode actief is. Voer het woord op de traditionele manier in en druk op Opslaan. Het woord wordt ook aan het woordenboek toegevoegd.
Als je een spatie wilt invoeren wanneer de traditionele tekstinvoermethode actief is, druk je op . Wanneer de snelle invoermethode actief is houd je ingedrukt of druk je op Opties en selecteer je vervolgens Symbool invoegen.
Druk op een van de bladertoetsen om naar een teken te gaan en druk op Gebruik om het teken te selecteren.
Je kunt ook naar een teken gaan door op , , of te drukken en het teken selecteren door op te drukken.
De volgende opties zijn beschikbaar bij het schrijven van tekstberichten:
Druk op Opties en selecteer Nummer invoegen om een telefoonnummer in te voegen terwijl de lettermodus actief is. Toets het telefoonnummer in of zoek het in het telefoonboek en druk vervolgens op OK.
Druk op Opties en selecteer Naam invoegen om een naam uit het telefoonboek in te voegen. Druk op Opties en selecteer Details bekijken om een telefoonnummer of tekstitem in te voegen dat aan de naam is gekoppeld.
Algemene informatie over het toetsenblok van de Nokia 6100 vind je in het gedeelte Belangrijkste kenmerken >>.