WOORDENLIJST | OVERZICHT SITE
Inleiding Aan de slag De telefoon gebruiken Connectiviteit Tips & hints Veelgestelde vragen
  Multimediaberichten     Aanpasbaarheid     Actieve functies     WAP     Java™-toepassingen
Gebruik
Wanneer de radio is ingeschakeld, druk je op Opties en selecteer je

  • Uitschakelen om de radio uit te schakelen.
  • Kanaal opslaan om de gevonden radiozender op te slaan. Je kunt 20 zenders opslaan.
  • Automatisch afstemmen. Druk kort op een van de bladertoetsen om naar radiozenders te zoeken. Het zoeken stopt zodra er een zender is gevonden. Druk op OK. Zie Kanaal opslaan hierboven voor informatie over het opslaan van de zender.
  • Handmatig afstemmen. Druk kort op een van de bladertoetsen om met stappen van 0,1 MHz omhoog of omlaag te zoeken of houd de toetsen ingedrukt om snel omhoog of omlaag naar een zender te zoeken. Druk op OK en zie Kanaal opslaan hierboven voor informatie over het opslaan van de zender.
  • Kies frequentie. Als je de golflengte, of frequentie, van de zender kent (tussen 87,5 en 108,0 MHz), toets je deze in druk je op OK. Zie Kanaal opslaan hierboven voor informatie over het opslaan van de zender.
  • Kanaal verwijderen. Ga naar de opgeslagen zender, druk op Verwijderen en druk op OK.
  • Naam wijzigen. Toets een nieuwe naam in voor de opgeslagen zender en druk op OK.
  • Luidspreker (of Hoofdtelefoon) om via de luidspreker (of hoofdtelefoon) naar de radio te luisteren.
  • Mono (of Stereo) om in mono (of in stereo) naar de radio te luisteren.
  • © Nokia 2002. Lees onze wettelijke kennisgeving en ons privacybeleid

    Opmerking
    Laat de hoofdtelefoon op de telefoon aangesloten, ook wanneer je deze niet gebruikt om naar de radio te luisteren. De kabel van de hoofdtelefoon fungeert namelijk ook als antenne voor de radio.
    Terwijl je naar de radio luistert, kun je gewoon iemand bellen of een inkomende oproep beantwoorden. Het volume van de radio wordt dan uitgeschakeld. Na afloop van het gesprek wordt het volume weer ingeschakeld.
    Wanneer een toepassing die gebruikmaakt van een GPRS- of HSCSD-verbinding, gegevens verzendt of ontvangt, kan dat voor storing in de radio-ontvangst zorgen.